Lepelaarplassen - Natte graslanden Home
juli 2016
10 maart 2016  

Dagpauwoog (Aglais io)
Altijd één van de eerste vlinders die je ziet vliegen in het voorjaar.

 
     

Sleedoorn (Prunus spinosa)
De opvallende bloei is voordat er bladeren zijn, van maart tot april, en de bestuiving vindt plaats door insecten, met name door de honingbij.
 
   

Een gemêleerd eendengezelschap w.o. bergeend, nonnetje, smient en slobeend. De in Nederland over-winterende nonnetjes zijn vooral afkomstig uit het noorden van Rusland en Siberië. De smient komt al vroeg in het najaar en blijft tot diep in het voorjaar. Bergeend en slobeend zijn onze broedvogels en blijven het gehele jaar in Nederland.
 
   

Bonte strandloper  (Calidris alpina) 
De talrijkste strandloper, die in de Waddenzee met honderdduizenden voorkomt; in het binnenland schaars. De Natte Graslanden in Flevoland weten ze ook wel te vinden. De foto toont maar een klein gedeelte van de aantallen die hier jaarlijks op bezoek komen.
 
   

Klapekster  (Lanius excubitor)    
De klapekster is geen broedvogel bij ons,wel doortrekker en wintergast in bescheiden aantallen. Veel ruis tengevolge van de grote crop. Het gaat mij meer om de waarneming.
 
   

Scholekster (Haematopus ostralegus)  Al vroeg in het voorjaar tref ik een paartje Langs de Hoge Vaart in Almere. Hoogst waarschijnlijk telkens hetzelfde paar. De oudjes onder de scholeksters bereiken wel een leeftijd van rond de veertig jaar.
 
   
Home - juli 2016
Piet de Droog - Natuurfotografie